Dagelijks Woord

Meer over Gemeente

Meditatie 'Wat regeert: angst of geloof?'

24 augustus 2026

“Alzo brachten zij een kwaad gerucht voort van het land, dat zij verspied hadden, aan de kinderen Israëls, zeggende: Dat land, door hetwelk wij doorgegaan is om het te verspieden, is een land dat zijn inwoners verteert; en al het volk, hetwelk wij in het midden van hezelve gezien hebben, zijn mannen van grote lengte.”
(Numeri 13:32)

De reis nadert haar einde. Nog slechts enkele dagreizen scheiden de Israëlieten van het beloofde land. Waar zullen zij de grens oversteken? En waar zullen zij zich vestigen? Mozes zendt daarom twaalf verspieders uit, één uit iedere stam. Hij geeft hun de opdracht: "Onderzoek het land: is het vruchtbaar of schraal? Is het volk dat er woont sterk of zwak? Wonen zij in tenten of in versterkte steden? Wees moedig en neem iets van de vrucht van het land mee."

De verspieders, onder wie Jozua en Kaleb – de enige twee van wie de namen ons zijn overgeleverd – trekken het land binnen en verkennen het veertig dagen lang. Daarna keren zij terug met zowel goed als slecht nieuws. Het goede nieuws behoeft nauwelijks woorden. De enorme druiventros die zij meebrengen spreekt boekdelen. Het land is uitzonderlijk vruchtbaar; het vloeit werkelijk over van melk en honing.

Maar dan schuift er een donkere wolk voor dit veelbelovende uitzicht. Hoe indrukwekkend de druiven ook zijn, de meeste verspieders zien geen enkele mogelijkheid om het land in bezit te nemen. Overal wonen sterke volken, de steden zijn zwaar versterkt en de inwoners zijn groot en machtig. "In vergelijking met hen leken wij wel sprinkhanen," zeggen zij. Het land mag dan prachtig zijn, volgens hen is het onmogelijk er te overleven, laat staan het te veroveren. De bezwaren stapelen zich op. Alleen Jozua en Kaleb laten een ander geluid horen. Hun vertrouwen rust op een andere bron.

De tien verspieders hebben geen geloof. Dat komt omdat ze zich laten leiden door angst. Door angst zie je dingen veel groter en dreigender voor je dan ze in werkelijkheid zijn. Je tegenstander wordt steeds langer. Jij wordt steeds kleiner. Niet wat je ziet is veelbelovend… maar Gods beloften zijn dat! Voor Jozua en Kaleb is wat God zegt veelzeggender dan wat zij zien. Dat lijkt op Hebreeën 11:1 en 2: “Het geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken, die men niet ziet. Want daardoor hebben de ouden getuigenis bekomen.” Jozua en Kaleb zijn hier voorbeelden van. Zij zetten hun vertrouwen eenvoudig op God. Zij beseffen: wij zijn niet alleen, God is met ons. Hij is ons Licht, ons Heil, voor wie zouden wij vrezen? Hij is de kracht van ons leven, voor wie zouden wij bang zijn?

Een mens is met God altijd in de meerderheid. Daarvan zijn Jozua en Kaleb diep doordrongen. De mensen, aan wie Gods belofte eveneens waren gericht, beginnen massaal in paniek te raken, gaan tekeer tegen Mozes, en overwegen zelfs om een nieuwe leider te kiezen om rechtsomkeert te maken naar Egypte. Jozua en Kaleb werpen het anker van het geloof in de waarheid van Gods beloften. God is waarachtig, alle mens is leugenachtig. Op Hem kunnen we aan, in alle omstandigheden. Al doet het zich groot voor, machtig, en ontmoedigt het je enorm… zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn? En hoe weet ik dat zo zeker? “Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven. Hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken?” Maar in zulke situaties zijn wij het vaak zelf die God in de weg staan. Met rijen van argumenten. We zijn te oud, zeggen we. We zijn te jong. Het heeft geen zin, of het heeft nu geen zin meer. Ik heb te weinig gaven. Er is teveel tegenstand. En zo blijf je maar zitten, en kom je nooit een stap verder.

Hoor wat Kaleb zegt in 14:9: “Indien de HEERE een welgevallen aan ons heeft, zo zal Hij ons in dat land brengen, en zal ons dat geven.” Daar houd ik het bij!

De HEER is bij mij, 'k zal niet vrezen;
De HEER zal mij getrouw behoên;
Daar God mijn schild en hulp wil wezen,
Wat zal een nietig mens mij doen?

Ds. D.A. Pater
Ederveen

  • © hersteld hervormde kerk 2026

Heeft u vragen over het geloof?

Open Sluit