“Welgelukzalig zijn de oprechten van wandel, die in de wet des Heeren gaan.” Psalm 119:1
Wie de dichter is van deze langste van de psalmen, is niet bekend. In ieder geval een man die getuigt van de liefde van zijn hart voor de wet des Heeren. Daarmee bedoelt hij het geheel van het Woord van de Heere zoals hij die kende in zijn tijd namelijk het Oude testament. Met verschillende woorden noemt hij Gods openbaring: woord, wet, getuigenissen, bevelen, inzettingen, rechten, geboden, redenen, toezeggingen en ordinantiën. De dichter is ook iemand die zorg draagt voor de jongeren. Dat blijkt uit de manier waarop deze psalm met 176 verzen gedicht is in het Hebreeuws. Het is ingedeeld in 22 strofen die weer ieder onderverdeeld is in 8 verzen. Elk vers van een strofe begint met dezelfde Hebreeuwse letter. Zo beginnen de eerste 8 verzen met de letter aleph en de tweede met beth, enz. Daardoor werd het van buiten leren van deze psalm gemakkelijker. Is het woord van de Heere niet de moeite waard om van buiten geleerd te woorden? Die kennis wil de Heere heiligen aan het hart zodat we welgelukzalig zijn te noemen omdat we als oprechte van wandel, gaan in de wet des Heeren.
Het Hebreeuwse woord dat vertaald wordt met “oprechte”, betekent eigenlijk “volmaakten”. Dat zijn degenen die in hun spreken en daden in overeenstemming zijn met de volmaakte wet Gods. Daarom gaan ze in de wet des Heeren (vs.1) en onderhouden zij Gods getuigenissen en zoeken zij de Heere van ganser harte. (vs.2). Nee, ze zijn niet volmaakt in zichzelf. Wie is dat trouwens al ben je honderd keer een kind van de Heere? Maar wel volmaakt in en door de Heere Jezus Christus. De Heere ziet mij aan in Hem. En dat nieuwe leven dat in en voor de Heere volmaakt is, openbaart zich in het onderhouden van Gods getuigenissen. De oprechte leeft dichtbij het Woord van de Heere. Die onderzoekt dagelijks het Profetisch woord dat zeer vast is. Dat is wel nodig want wie in de Heere volmaakt is, ontdekt dat er zoveel onvolmaaktheden zijn in zichzelf. Rechtvaardig en tegelijk een zondaar. Dan zoeken we Hem van ganser harten omdat we Hem gevonden hebben Die Zich telkens laat vinden in Zijn woord.
Van nature wandelen we op de brede weg naar het verderf. Wie op die weg wandelt doet niet anders dan onrecht werken. Al onze woorden en gedachten, zijn in het licht van Gods heilige wet, onrecht, onrechtvaardig en goddeloos. Ze kunnen voor een Heilige en Rechtvaardige God niet bestaan. Zelfs onze, in eigen ogen, beste godsdienstige werken hebben geen waarde voor de Heere. Anders is het met de oprechte die wandelt in Zijn wegen. Dat is degene die van de brede weg op de smalle weg gebracht is. Het is net als met Henoch: hij wandelde met God. En dat wandelen met de Heere komt tot uiting in het gaan in de wet des Heeren, in het onderhouden van Zijn getuigenissen, in het zoeken van de Heere van ganser harte. Het is een smalle weg omdat we nauwkeurig hebben op te letten niet ter linker- of ter rechterzijde af te wijken. Opletten dat we onderweg niet verdwalen omdat we niet goed hebben opgelet. Het is bekend zijn met de listen van de duivel die rondgaat als een briesende leeuw of als een engel van het licht die erop is je te misleiden. De weg van de oprechte is een goede en veilige weg omdat het de weg is, waarop oog en hart gericht zijn op de Overste Leidsman en Voleinder van het geloof, de Heere Jezus Christus. Dan is, naar het woord van Paulus, onze wandel in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus. Filippensen 3: 20.
Ds.A.J.Schalkoort