Dagelijks Woord

Meer over Gemeente

Meditatie 'Uw hart worde niet ontroerd'

02 november 2026

“Uw hart worde niet ontroerd; gijlieden gelooft in God, gelooft ook in Mij. In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen; anderszins zo zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden. En zo wanneer Ik heen zal gegaan zijn en u plaats zal bereid hebben, zo kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat gij ook zijn moogt waar Ik ben.” (Johannes 14:1-3)

Uw hart worde niet ontroerd. Om Jezus heen zitten de discipelen aan tafel. Petrus is van slag. Jezus had gezegd dat Hij naar een plaats zou gaan waar zij Hem nu niet konden volgen. Later wel. Jezus niet volgen: dat ging regelrecht in tegen het verlangen van Petrus. “Heere, waarom kan ik U nu niet volgen? Ik zal mijn leven voor U zetten.” Als dat geen liefde is… Maar Jezus helpt hem uit de droom: “Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: De haan zal niet kraaien, totdat gij Mij driemaal zult verloochend hebben.” Petrus zal ontkennen dat hij bij Jezus hoort.

Het is stil geworden. Niet alleen Petrus, ook de anderen kijken Jezus bang aan. Als Judas Hem zal verraden, en het sterke geloof van Petrus op het punt staat te bezwijken, wat zal er dan van hen terechtkomen? En als Jezus weggaat en zij Hem niet kunnen volgen, blijven zij alleen achter. Hopeloos verloren.

Ze zijn helemaal van streek. Bang voor wat komen gaat, bang dat hun geloof het niet redt. Jezus ziet dat. Hij ziet de angst, de ontreddering, de ontroering. Dat is troostrijk voor wie weet wat het is om een onrustig hart te hebben, vol angst en zorgen. Jezus ziet u. Hij kijkt er niet van weg, maar spreekt u aan.

“Uw hart worde niet ontroerd.” Wat klinkt dat liefdevol. En waarom hoeven ze niet ontroerd te zijn? “Gijlieden gelooft in God, gelooft ook in Mij.” Zoals u zich met heel uw hart aan God toevertrouwt, vertrouw u zo ook aan Mij toe. Het middel tegen een verontrust hart is: geloof in Hem. Ook als Hij weggaat, blijft Zijn woord. Als Zijn woorden in u blijven, blijft u in Hem (vgl. Joh. 15:7).

En welk woord spreekt Jezus? Hij maakt bekend dat Hij weggaat voor hun bestwil. “In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen; anderszins zo zou Ik het u gezegd hebben. Ik ga heen om u plaats te bereiden.” Dat moet Ik alleen doen; daarin kunt u Mij niet volgen. Ik alléén kan het, en Ik zal het ook doen. Plaats maken in het Vaderhuis, de plek van Gods tegenwoordigheid, waar wij ons buiten hebben gezondigd. Daar zal Jezus plaats máken. In onze plaats zal Hij het zondoffer brengen aan het kruis, als het Lam dat de zonde der wereld wegneemt. Zo opent Hij de deur van het Vaderhuis.

Maar wanneer weet ik dat er ook plaats is voor mij? Jezus zegt: “Gelooft ook in Mij.” Dat is wat Jezus wil. “Gelooft in Mij.” Niet onze trouw aan Hem verzekert ons een plaats in het Vaderhuis, dat wist Petrus later maar al te goed. Slechts Zijn heengaan naar het kruis en Zijn opstanding uit de dood. Alleen het geloof in Zijn volbrachte offer stilt de onrust en neemt de ontroering weg. Niet mijn geloof, mijn trouw, mijn strijden voor Jezus, maar Zijn trouw aan de Vader, Zijn strijden voor mij, totdat Hij het volbracht had. En dan kan voor ieder die gelooft de deur van het Vaderhuis niet dicht blijven.

Dit Vaderhuis is uw thuis, waar u kind aan huis bent bij de Vader, en waar u bemind wordt, niet vanwege gaven of prestaties, maar om wie u bent. Wie u ook bent, wat u ook gedaan hebt. Jezus zegt: “Geloof in Mij!” En dat is precies waar het om gaat. En waar iemand als Luther ineens het licht door zag, dat door het geloof in Jezus Christus de poort naar het paradijs openging. Hij voor mij, heengegaan, binnengegaan, niet met het bloed van bokken en kalveren, maar met Zijn eigen dierbaar bloed (Hebr. 9:12). Is het geloof in Hem genoeg? Ja, want alles buiten Jezus schiet tekort.

"Jezus, niet mijn eigen kracht, niet het werk door mij volbracht, niet het offer dat ik breng, niet de tranen die ik pleng; schoon ik ganse nachten ween, kunnen redden: Gij alleen!”

Allen voor wie Hij Zijn bloed gaf, zal Hij tot Zich nemen, opdat zij ook zijn mogen waar Hij is. Hij trekt ons naar de plaats, waar onze ogen nooit meer van Hem zullen afdwalen. Ongestoorde vreugde zal het zijn. Nu begrijpen we dat nog niet, maar ons verlangen weet er genoeg van om zeker te zijn dat dít het eeuwige leven is: Hem zien van aangezicht tot aangezicht. Dat is thuiskomen. Dan mag het leven hier door stormen gaan, door duisternis, door strijd en lijden. Het einde zal alles vergoeden. Daarom schrijft Paulus: “En alzo zullen wij altijd met de Heere wezen. Zo dan, vertroost elkander met deze woorden” (1 Thess. 4:17-18).

Ds. D.A. Pater

  • © hersteld hervormde kerk 2026

Heeft u vragen over het geloof?

Open Sluit